Tweeëneenhalf jaar geleden kon ik een kleine maar bekende fietsenwinkel aan de Willemsweg in Nijmegen overnemen. Sindsdien ga ik iedere dag met plezier naar mijn werk. Als eenpitter-fietsenmaker krijg je ook te maken met het leed dat fietsdiefstal veroorzaakt. Een fiets is meer dan een stuk ijzer: je raakt er aan gehecht.


Registraties

In Nederland wordt op verschillende manieren gewerkt aan het tegengaan van fietsdiefstal. Over de rol van de Nijmeegse politie daarbij straks meer. Op initiatief van de fietsenbranche bestaat sinds ruim tien jaar een registratiesyteem waarbij nieuwe fietsen van de grote Nederlandse merken worden voorzien van een transfer op het frame met een barcode en nummer. De eerste twee letters geven de fabrikant aan (GZ voor Gazelle, BA voor Batavus, etc.), gevolgd door een uniek cijfer. Deze registratiecodes worden beheerd door de RDW. Iedereen met een fiets met zo'n code kan deze opzoeken op het openbare fietsdiefstalregister van de RDW op fdr.rdw.nl. Je ziet dan het merk, type, kleur en andere specificaties van de fiets en je ziet of de fiets wel of niet als gestolen is geregistreerd.

Daarnaast bestaat sinds 2008 het door de politie opgezette register stopheling.nl. Daarin vind je serienummmers van gestolen goederen waarvan aangifte is gedaan. Niet alleen fietsen, maar van alles: boormachines, mobiele telefoons, motorboten, noem maar op. Ook dit register is publiek toegankelijk.

Dan is er nog het opkopersregister van de politie. Handelaars in gebruikte goederen dienen hierin hun verkoopwaar te registreren, zodat de politie kan nagaan of er geen gestolen goed bij zit. Dit register is niet publiek toegankelijk.

Terug naar mijzelf. Voordat een gebruikte fiets bij mij in de winkel komt, controleer ik eerst of de fiets niet voorkomt in een van beide diefstalregisters. Dan registreer ik de fiets in het opkopersregister. De registraties werken alleen als van iedere gestolen fiets aangifte wordt gedaan. Iemand die bij mij een nieuwe of gebruikte fiets koopt krijgt een aankoopbon met registratie- of framenummer. Ik adviseer daarbij altijd om bij diefstal direct aangifte te doen.


Controle

Vorige week kreeg ik, direct na mijn carnavalssluiting voor het eerst een controle door de Nijmeegse politie. Twee agenten stapten de winkel binnen. Een oudere agent, kennelijk de mentor, laten we hem Wout noemen, en een jongere, kennelijk de leerling. Wout kondigde aan dat een controle van de fietsen in de winkel zou worden uitgevoerd. Omdat ik er 100% zeker van ben dat er geen gestolen fietsen in mijn winkel staan, heb ik de heren van harte uitgenodigd om hun gang te gaan.

Ik heb uitgelegd dat alle gebruikte fietsen zijn gecontroleerd aan de hand van de diefstalregisters en dat bijna alle fietsen zijn aangemeld in het opkopersregister. Ik heb daarbij gewezen op een zestal fietsen die ik direct voor carnaval had binnengekregen. Die had ik allemaal gecheckt in de diefstalregisters, maar nog niet kunnen invoeren in het opkopersregister. Ik heb de agenten de handgeschreven lijst met merk, type en framenummer van deze fietsen laten zien. De heren togen aan het werk.

Intussen was het een komen en gaan van klanten die hun gerepareerde fiets kwamen ophalen, een slot wilden kopen, of informatie wilden. Ik stond te klanten te woord terwijl de leerling fietsen op de kop zette en nummers aan zijn mentor voorlas die ze in een computertje invoerde. Een klant vroeg aan Wout of ze al een gestolen fiets hadden gevonden. Dat is niet te hopen voor hem, zei de agent, met een knik naar mij.

Op een gegeven moment had de leerling een jonge Gazelle op de kop gezet en was bezig een lang framenummer voor te lezen. Ik legde uit dat deze fiets bij de RDW als niet-gestolen staat geregistreerd onder de registratiecode die op de transfer onder de lak staat. Het nummer in het frame is een nummer dat de doorgaans Taiwanese fabrikant van de frames gebruikt om te controleren of de productietargets worden gehaald. Met andere woorden, of de zwaar onderbetaalde lasser wel voldoende frames per uur maakt. Wout was er duidelijk niet van gediend om gecorrigeerd te worden. Het was evenzeer duidelijk dat de mannen vooraf niet waren geïnformeerd over de bestaande fietsregistratiesystemen die nota bene door de fietsenbranche in samenwerking met de politie zijn ontwikkeld.

Na ruim anderhalf uur, het was bijna sluitingstijd, hadden de agenten er genoeg van. Het was tijd voor de afrekening. Er waren dan wel geen gestolen fietsen gevonden, maar er was wel geconstateerd dat ik niet aan de registratieplicht had voldaan omdat een aantal fietsen niet was ingevoerd in het opkopersregister. Ik herinnerde de heren eraan dat dit nu precies was wat ik hen bij binnenkomst had verteld. Maar regels zijn nu eenmaal regels. Ik zou daarom bekeurd worden en een boete krijgen. En die boetes zijn zeer fors, zei Wout. Ik besloot, vermoedelijk veel te laat, om de onderdanige te spelen. Zou Wout dan niet voor één keer coulant willen zijn en mij tot morgenvroeg de gelegenheid willen geven om die paar nummers in te voeren? Het papiertje met de nummers lag immers naast de computer. Nee, dat wilde hij niet. Ik kon wel via een advocaat bezwaar maken. Nu is het uurtarief van de goedkoopste advocaat in Nijmegen het zesvoudige van mijn uurtarief als fietsenmaker, dus dat is geen optie. Ik heb de agenten toen maar dringend verzocht om mijn winkel te verlaten.


Disproportioneel

De vraag is natuurlijk wat een dergelijke controle bijdraagt aan het tegengaan van fietsdiefstal. De handel in gestolen fietsen speelt zich namelijk niet af in de winkel van een fietsenmaker. De fietsenmakers die nog over zijn, drijven voor een groot deel op reparaties. Ze moeten het hebben van hun vakkennis, hun vermogen om een probleem snel te doorgronden en op een betaalbare manier op te lossen, te adviseren bij de keuze tussen mogelijke oplossingen, kortom hun service en klantgerichtheid.

De handel in gestolen fietsen speelt zich voor een belangrijk deel af op internet, via onduidelijke, steeds van naam wisselende adverteerders op Marktplaats of in Facebookgroepen waarbij fietsen van eigenaar wisselen in adresloze garageboxen.

Veruit het grootste deel van de fietsdiefstal in Nederland, zowel in aantallen fietsen als in waarde van het gestolen goed, vindt plaats in georganiseerd crimineel verband, vaak op bestelling. De fietsen verdwijnen ver over onze oostgrens naar Europese lidstaten waar de bereidheid om gestolen fietsen op te nemen omgekeerd evenredig is aan de bereidheid om vluchtelingen op te nemen.

Het lijkt mij dat een nachtje gericht undercover surveilleren op plekken waar veel fietsen worden gestolen (denk aan de onbewaakte stalling bij het station) een veel grotere bijdrage levert aan het tegengaan van fietsdiefstal dan een middagje fietsenmakers bekeuren omdat ze een nummertje niet op tijd hebben ingevoerd.

Als ik kijk naar de uren die door de politie worden vrijgemaakt voor de controle van fietsenmakers, is dat op zijn minst disproportioneel. In andere (digitale) segmenten van de maatschappij is de vindkans op gestolen fietsen oneindig veel groter. Ik krijg verder de indruk dat de kosten van deze ondoordachte capaciteitsinzet worden verhaald op de fietsenmaker. Als er geen gestolen fietsen worden gevonden word je, onder het mom van registratieplicht, wel voor iets anders bekeurd.

In de strijd tegen fietsdiefstal zal de politie juist moeten samenwerken met de fietsenbranche, fietsenwinkels en fietsenmakers. Kennis moet worden gedeeld. Agenten moeten bekend zijn met bestaande registraties, fietsenmakers kunnen hun kennis over indicatoren van diefstal delen met de politie. Door de werkwijze van de Nijmeegse politie is mijn bereidheid om kennis te delen tot het nulpunt gedaald.

Tot slot. Enkele uren voor de inval van de agenten stapte een mij totaal onbekende man de winkel binnen. Of ik belangstelling had voor een partij "eerlijke" fietsen. Hij sprak de aanhalingstekens bijna letterlijk uit. Ik vertelde dat ik alleen samenwerk met enkele bekende en vertrouwde leveranciers. Achteraf denk ik: was dit een "stille"? We weten dat er lokfietsen worden ingezet om fietsendieven te vangen. Maar lokfietsdealers voor fietsenmakers? Ik weet het niet. Als het zo is, weet zelfs de burgemeester het niet.


Luchtmachtdagen
Als je in Cuijk woont, ligt Volkel op een bomworp afstand. En dat zul je horen ook. De Nederlandse luchtmachtdagen op 14 en 15 juni 2019 op vliegbasi...
Onze stoere jongens
De afgeblazen verhuizing van onze mariniers heeft ook een positieve kant....