George A. Romero's Land of the Dead als politieke allegorie


Land of the Dead is de vierde uit een reeks van zes zombiefilms van de Amerikaanse regisseur George A. Romero (1940-2017). In de eerste, Night of the Living Dead uit 1969, zien we de eerste zombies uit hun graf opstaan. In Land of the Dead (2005) zijn we aangeland in het -zeg maar- laat-kapitalistische stadium. De wereld is desolaat, verschroeid en leeggeroofd en wordt bevolkt door zombies. De weinige overgebleven 'gewone mensen' hebben zich verschanst in een gebarricadeerd luxe hotel. De leider van deze heersende klasse heet veelzeggend Kaufman, een glansrol van Dennis Hopper. Met gewapende milities moeten de imperialisten zich van tijd tot tijd onder de zombies begeven om hun voedselvoorraden aan te vullen. De zombies rapen de verloren wapens van de overmeesterde militairen op, maar weten in het begin nog niet hoe die ondingen werken.

De film kreeg nauwelijks aandacht en de schaarse recensies beperken zich doorgaans tot een oordeel over de hoeveelheid 'gore', die behoorlijk tegenvalt vergeleken bij andere films uit het genre. De kritieken die ik tegenkom gaan er vooral over dat een echte zombie niet met een machinegeweer kan schieten. Dit gaat voorbij aan het feit dat een zombie om te beginnen niet echt is. De maatschappelijke satire  die in eerdere Romero-films nog wel eens werd opgemerkt, lijkt volledig voorbij te zijn gegaan aan de paar mensen die de film kennelijk wel hebben gezien. En dit terwijl de symboliek er dit keer toch wel erg dik bovenop ligt.

Erg mooi vind ik de verschuivende identificatie die de film oproept. Aanvankelijk koester je sympathie voor de belegerden. Die zien er uit zoals wij, die doen zoals wij, en die denken zoals wij. Of in elk geval zoals wij zouden moeten denken. Geleidelijk verschuift je medeleven naar de zombies. De heersende klasse verliest razendsnel haar fatsoen en decorum, de zombies geven blijk van een zich ontwikkelend bewustzijn. Ze hebben emoties, kennen vriendschap, humor en solidariteit. En ze bewapenen zich. Aanvankelijk nog heel stuntelig, maar het schieten gaat op den duur steeds beter.

Natuurlijk winnen de zombies. Kaufman (met zichtbaar plezier gespeeld door Dennis Hopper) wordt uiteindelijk levend opgegeten. Met veganisme win je geen klassenstrijd, lijkt Romero te willen zeggen. De zombies blijven achter op een volledig verwoeste aarde, maar ik hou toch een sprankje hoop. De zombies zijn niet dom. Ze zullen hun maatschappij anders organiseren.

Zoals het hoort bij een goed kunstwerk, bleef ik, al enkele decennia geen vlees etend, toch achter met een ongemakkelijk gevoel. Als oude pacifist had ik toch moeite met de bewapening van de zombies. Dat moet toch ook zonder kunnen, zou je denken. Een echte zombie schiet niet. En precies daarover gaat het stuk van Jaap Tielbeke afgelopen week in De Groene. Een open einde dus.

Reageer

Let op: HTML wordt niet vertaald!